Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘taal’

Nee, dit gaat niet over de lijdende vorm. En ook niet over of het ‘Reizigers wordt’ of ‘Reizigers worden’ moet zijn. Dit is gewoon een glimlachje op de woensdagochtend. Op Teletekstpagina 121 stond namelijk vanmorgen het volgende bericht:

Tussen Zutphen en Deventer en tussen Hengelo en Deventer rijden geen treinen vanwege koperdiefstal. Dat meldt (melden? WB) de NS. Verwacht wordt dat de stremming nog de hele ochtend duurt. Reizigers wordt aangeraden om te reizen.

(En over koperdiefstal, heeft de NMA daar geen rol in te spelen?)

Advertenties

Read Full Post »

Ik vroeg me al een tijdje af waar ze het vandaan haalden, mijn deelnemers. Een behoorlijk aantal van hen levert best goed geschreven reflectieverslagen, met een eenvoudige en dus leesbare lay-out, en de d’s, t’s, hoofdletters en punten op de goede plek. En dan staan er ineens woorden als: port folio, reflectie verslag, slagings percentage (waarbij gek genoeg ‘slagings’ is blijven staan), ontspannings therapie (idem), en de mooiste: warmte kracht koppeling.

Maar met dank aan Jenny Huttinga (lees punt 9. in haar blog over overcompensatieproza – nee, dat past niet op een scrabblebord!!) en Hero Brink man ben ik eruit: bij de spellingscontrole verschijnt er namelijk onder die woorden – dan nog aaneengeschreven – een fraai rood kringeltje. En “Dat hóórt niet!”

De oplossing: spatie ertussen, en hup sa kee, weg kringeltje! En zonder kringeltje is het correct.

Read Full Post »

Ron, eerstejaars deelnemer Landbouwmechanisatie niveau 3, zit in de klas voor de eerste les. We willen nog een paar gegevens van hem hebben, hij maakt kennis met zijn docenten en de andere deelnemers, hij krijgt te horen welke vakken er op zijn rooster staan, en wat we daar gaan doen, en hoe. En hij krijgt de studiegids uitgereikt. Ron bladert een beetje, en verzucht: “God, begint dat gelees nou al?!”
Daarna mocht ik uitleggen waarom ze dit jaar Nederlands op het rooster hebben.

Read Full Post »

Dat was een complete dag, gisteren. Ik had op de laatste dag voor mijn meivakantie weer eens alle 7 bekwaamheden van een leraar nodig. M’n dag begon met een overleg met de vakgroep Installatietechniek, waar bleek dat een van onze ‘leveranciers’ – een groot installatietechnisch bedrijf – wil dat onze opleiding langer duurt, in uren en/of jaren; ze willen dat de leerlingen (hun werknemers) meer op school leren, en minder in het bedrijf. De dag eindigde met een overleg met de vakgroep Bouwtechniek, waar bleek dat een van onze ‘leveranciers’ – een groot bouwbedrijf – wil dat onze opleiding korter duurt, in uren en/of jaren; ze willen dat de leerlingen (hun werknemers) minder op school leren, en meer in het bedrijf.

Daartussen gaf ik eerst een les conflicthantering: hoe kun je ruzies voorkomen en als nodig bijleggen? Ik gebruik daarvoor een simpel modelletje (dacht ik), gebaseerd op twee vragen. Hoe belangrijk is de relatie met deze persoon, en hoe belangrijk is de kwestie? En ja hoor, de les direct daarna vloog ik vol in een aanvaring met een leerling. Waarna ik lichtelijk verdwaasd door het pand liep, zoekend naar twee antwoorden: hoe belangrijk vind ik mijn relatie met deze leerling? En hoe belangrijk vind ik de kwestie? (Douwe: dankjewel voor je hulp!)

Verder heb ik nog
– aan de twee aanwezige leerlingen (van de vijf) van een niveau 3-klas het programma voor de rest van het jaar verteld
– en daarna nog eens, aan nummer drie die wat later op kwam dagen
– een collega uitgelegd hoe we in september – dus in een maand tijd – van al onze 3000 leerlingen hun taal- en rekenniveau gaan vaststellen
– vier Routegesprekken gevoerd met acht leerlingen (één onvoldoende omdat ze niet op kwam dagen, twee voldoendes onder voorbehoud van het alsnog inleveren van een werkstukje, vier keer een voldoende en één keer een ronkende GOED!)
– met vreugde gelezen hoe Rob Franken zijn collega-bestuurder Bert Molenkamp – mijn schooldirecteur– volledig terecht een uitgebreide veeg uit de pan geeft
– een fractie van een seconde overwogen om te solliciteren bij de club van Rob, maar het is te ver rijden
– mijn lessen voor de week van 10 mei voorbereid
– uitgezocht of twee leerlingen die hiervoor niveau 1 hebben gedaan wel of niet al klaar zijn met LLLB voor niveau 2 (Jawel. Albert blij, Dirk begreep niet zo goed waarom dit goed nieuws voor hem was)
– de beelden van collega(-beeldenmaker) Henk bewonderd
– een beetje vaag heen weer gemaild en gekrabbeld (gewoon met pen en papier) met Koos
– en vast nog wat
– en mijn e-mail op Afwezig gezet.

Read Full Post »

Fluks aan de slag

Gisteren heb ik tijdens het eten uitgebreid aan vrienden zitten uitleggen waarom onze leerlingen meer aandacht aan taal en rekenen moeten gaan besteden. En ja, het ware inderdaad best fijn geweest als ze allemaal eloquent en gecijferd van het vmbo, of misschien zelfs al van de basischool af zouden komen. Maar dat is niet het geval. Zoals Rutger Kopland zegt in Stroomdal I:

Al die jaren dat ik zat te kijken
op het terras aan de rivier
dacht ik hetzelfde: niet omdat dit uitzicht
zo mooi is, niet om het mooie
moet ik blijven kijken

maar omdat dit landschap met zijn rivier
aan niets anders doet denken
dan aan zichzelf

de rivier neemt mijn gedachten mee
het landschap in – en van alles wat ik zie
weet ik dat het anders had kunnen zijn
maar dat is het niet

Dus gaan we met het hele mbo fluks aan de slag.

Des avonds in bed realiseerde ik me ineens (maar het voelt als ‘realiseerde ik me pas’) dat deze opleiding voor veel van onze leerlingen de laatste ‘gewone’ opleiding is die ze zullen volgen. Hun leeftijdgenoten die naar de havo of het vwo gaan volgen meestal daarna nog een beroeps- of academische opleiding, met ook nog eens flink aandacht voor taal, en waar nodig rekenen. Maar onze leerlingen niet. ‘Tuurlijk, ze gaan nog eens op cursus, laten zich nog eens flink om-, her- en/of bijscholen, maar dit is de laatste kans om structureel aandacht aan taal en rekenen te besteden.

Read Full Post »

Roetegesprek

Het mbo moet meer gaan doen aan de taalvaardigheid van haar deelnemers. En dat gaan we niet redden met alleen hier en daar een uurtje (bij ons duurt een uur driekwartuur) Nederlands op het rooster. Elke docent zal – op de een of andere manier – aandacht moeten gaan besteden aan bijvoorbeeld mondelinge taalvaardigheid en leesvaardigheid. En ook aan schrijfvaardigheid.

Gisteren was ik bij een bijeenkomst voor de nieuwe taalcoaches – wij gaan onze collega’s ondersteunen bij het ontwikkelen van de taalvaardigheid van onze leerlingen. Op zo’n bijeenkomst praten we dan over referentieniveaus, kwalificatiedossiers, steunpunten, voortgangstoetsing, pilotexamens, coaching, de rol van de managers en de kenniscentra, etcetera. (En over taal, gelukkig.)

Vandaag kreeg ik deze mail van een tweedejaars leerling, die binnenkort zijn niveau 2 diploma wil halen.

hi boer 

 
ik wou graag een keer een roetegesprek  
komen doen heb alle testen af wat moet ik allemaal me nemen en 
waneer komt het u het beste uit ik wil in me 1e komen 
 
goetjes ruurd den besten donderdag klas

Hij zit overigens in de woensdagklas.

Read Full Post »